Wonen in een tiny house

“Dit kan het nooit zijn”, bromt Henk als ze arriveren. “Dat huis is nog lang niet af!” “Wél Henk, zo’n tiny house is gewoon anders dan jouw traditionele huis”, zegt Fred enthousiast, terwijl hij zijn ogen uitkijkt. De mannen staan voor de Kameleon, het kleurige, 42m2 grote huis van Pieter Bardoel. Die haalt ze naar binnen, voor koffie en om meer te vertellen over zijn modulaire woning.

“Nou, van binnen valt het niet tegen”, mompelt Henk, als hij het strak afgewerkte houten interieur bekijkt. “Maar is dat niet heel klein?” Pieter: “Ik heb alles wat ik nodig heb en vind het fijn om zonder zooi te leven. Daarbij: mijn huis heet Kameleon, omdat het zich aan kan passen aan wáár ik woon, of ik een verdieping mag en aan wat ik nodig heb. Met de verplaatsbare geïsoleerde units kan ik mijn huis simpel laten groeien en krimpen.”

“Levensloopbestendig huis dus”, reageert Henk, nu toch geïnteresseerd. “Maar waarom werk je het buiten niet even netjes af?” Pieter lacht: “Mijn huis is zó opgebouwd dat ik het helemaal weer uit elkaar kan halen en alle materialen kan recyclen of hergebruiken. Ik wilde écht duurzaam bouwen, met een hele lage CO2-footprint. Ik heb Cross Laminated Timber gebruikt, met een isolerende schil van houtvezelpanelen, die wordt beschermd door vrachtwagenzeilen. Gaandeweg het bouwen kwam ik steeds op nieuwe ideeën. In restmateriaal uit de metaalindustrie zag ik een mooie kans om mijn zeil vast te zetten.”

GEEN VERWARMING
“Hoe zit het installatietechnisch?”, wil Fred weten. “Ik zie geen verwarming?” Pieter: “Die heb ik ook niet! Maar wel triple glas en omdat hout warmte terugstraalt heb ik genoeg aan de warmte die uitgestraald wordt door mezelf en apparaten als de koelkast en computer. Verder heb ik een 30 liter boiler en een circulatiedouche; die de eerste 6 liter water opvangt, filtert en opnieuw gebruikt. Per minuut wordt er dan 1 liter warm water toegevoegd om de boel op temperatuur te houden.”

Henk en Fred kijken vol bewondering naar de luxe douchecabine, die Pieter ze laat zien. “Installatietechnisch is alles zo ingewikkeld geworden, dat veel mensen het niet meer snappen. Mijn installateur was enthousiast over mijn douche, maar vertelde ook dat veel mensen met een wtw-douche deze er na tien jaar gewoon uitslopen, omdat ze iets anders willen en niet weten wat het wtw-systeem inhoudt. Of die de stekker van de balansventilatie eruit trekken omdat ie ‘niks doet’. En dan wel klagen dat het binnenklimaat niet prettig is, haha! Met warmtepompen wordt het nog ingewikkelder. Ben ik zelf geen fan van. Een CV ketel en warmtepomp gaan allebei zo’n 15 jaar mee, maar een ketel kost 1.500 euro, terwijl een warmtepomp 10.000 kost. En dan heb je bromtonen, werkt het niet bij oudere huizen omdat ze niet optimaal geïsoleerd zijn. en ze pompen allerlei stoffen rond, diep in de grond…”

ANDERS BOUWEN
“We moeten anders gaan bouwen”, gaat Pieter door. “Resetten en van ‘zo doen we het altijd al’ afstappen. Een oud huis krijg je nooit energiezuinig zonder extreme investeringen, dan kun je beter sloten en nieuw bouwen. Veel jongeren zijn daar al veel bewuster mee bezig en dat maakt de ontwikkelingen rond tiny houses zo interessant. Het zit nu nog in de pioniersfase, maar kan dé oplossing zijn voor woningtekorten. Maar dan moeten er op het gebied van welstand en bestemmingsplannen wel aanpassingen gedaan worden. Veel gemeentes zitten in hun hoofd nog met de woonwagenkampen, maar dit is wezenlijk anders. Weet je, in mijn geboortedorp trekken alle jongeren weg, want er zijn alleen dure huizen of grote percelen te koop en dat redden starters niet. Waarom geen vier tiny houses op zo’n perceel?” “En dan alles off-grid?”, doet Fred een duit in het zakje. “Ja, zonder aansluitingen op stroom, water en riolering kán, maar hangt af van de situatie en hoeveel comfort je wilt”, aldus Pieter.

Dit interview is verschenen in het aprilnummer van Henk & Fred in 2020.

Terug naar overzicht