Wetsvoorstel CO2-heffing industrie

De heffing sluit nauw aan op het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Wordt het ETS strenger, dan wordt de nationale heffing automatisch minder streng. Omdat de huidige vormgeving van het ETS nu nog onvoldoende is om doelen van het Klimaatakkoord te halen, is een nationale CO2-heffing voor de industrie noodzakelijk.

Werking CO2-heffing industrie
De heffing werkt zo dat het uitstoten van CO2 duurder wordt dan het reduceren van CO2. De heffing wordt geheven over de teveel uitgestoten CO2. Bedrijven krijgen een bepaalde hoeveelheid vrijgestelde uitstoot, ook wel dispensatierechten genoemd. Hoeveel uitstoot is vrijgesteld van de heffing neemt per jaar af, zodat bedrijven gezamenlijk in 2030 14,3 megaton minder uitstoten (tov het basispad). Dit is de reductiedoelstelling voor de industrie uit het Klimaatakkoord.

De industrie krijgt de tijd om investeringen te doen waarmee de CO2-uitstoot kan worden verminderd. Daarom wordt in 2021 een grotere hoeveelheid dispensatierechten toegekend, richting 2030 steeds minder. Wegens de coronacrisis krijgen bedrijven bovendien in de eerste jaren relatief meer dispensatierechten dan nodig is. Dit betekent in de eerste jaren nog geen lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. De heffing wordt vervolgens ieder jaar strenger zodat het doel in 2030 gehaald wordt. Naar verwachting heeft de industrie als geheel in 2024 minder dispensatierechten dan belaste uitstoot.

Hier vind je de internetconsultatie.

Bron: Rijksoverheid

Terug naar overzicht