U vraagt, Den Haag zwijgt

jongen met veiligheidsbrilHet is niet de eerste keer dat voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland aan de bel trekt. “We spreken al veel langer over vitale beroepssectoren als de techniek, de zorg en het onderwijs. Die vormen de ruggengraat voor de economie van morgen en overmorgen. In die sectoren komen we veel handjes tekort, vakkrachten. Dat begint bij de basis, bij de opleiding. Mbo’ers zijn cruciaal voor de transities waar we voor komen te staan, in de energie, de maatschappij. Daarom moeten we de opleidingen in die vitale sectoren aantrekkelijker maken”, zei hij vorige week in het tv-programma Nieuwsuur.

Alarm: minder mbo’ers

Aanleiding voor de uitspraken van Terpstra was het nieuws over een teruglopend aantal mbo-leerlingen. De MBO Raad telde 1900 studenten minder in 2024, in vergelijking met een jaar eerder. Het totaal aantal mbo’ers is dit jaar 467.500. De MBO Raad sloeg daarover alarm. De afname past in een trend. In een tijdsbestek van vier jaar is het aantal mbo’ers met 30.000 gedaald. Om die trend te keren en de technieksector en andere ‘vitale sectoren’ een energiescheut te geven, doet Terpstra een aantal voorstellen. Eerste voorstel: laat studenten aan mbo-opleidingen in de techniek en zorg geen of minder collegegeld betalen. Tweede voorstel: geef die opleidingen meer geld. Terpstra vindt dat de overheid daarin een duidelijke keuze moet maken. “Maak opleidingen in de vitale sectoren aantrekkelijk en in minder vitale sectoren onaantrekkelijk”, tipt hij.

Maximumaantal

Terpstra haalt een oude aas uit zijn mouw. Hij is voor een maximumaantal leerlingen, een numerus fixus, van mbo-opleidingen met minder goede baanperspectieven. In een NOS-bericht heeft hij het in dat verband over ‘nutteloze studies’. “Waarom laten we zoveel mensen financiële dienstverlening doen als we weten dat dit toenemend geautomatiseerd gaat worden? Een ander voorbeeld is de opleiding tot luchtvaartdienstverlener, oftewel stewardess. Een populaire studie, maar naar dat beroep is steeds minder vraag”, aldus Terpstra, die ook vindt dat Nederland te veel mbo-opleidingen heeft, namelijk 740. Eerder pleitte Terpstra al voor een numerus fixus voor studies met slechte baanperspectieven. Het kwam hem op veel kritiek te staan, onder andere van studenten en opleidingsdirecteuren. Het verhaal dat hij bij Nieuwsuur vertelde is in lijn met de aanbevelingen uit een rapport van de commissie Asscher, dat in 2022 naar de Tweede Kamer ging. Dat rapport verdween in een la, constateert Terpstra.

‘Het valt gewoon dood’

“Er is niets mee gebeurd. Het valt gewoon dood. Superfrustrerend. Nederland kan het zich niet permitteren om niet te kiezen. Want het water staat ons tot aan de lippen.” Terpstra richt zich tot de landelijke coalitiepartijen. Die voeren op dit moment zware gesprekken over de hoogte van de bezuinigingen op het onderwijs. Hoe realistisch is het dat zij van het mbo een hoofdthema maken? Wie pikt dit verhaal op?

Terug naar overzicht